Krystfeest 2020 -  Arum en Kimswert

Er brandden eens vier kaarsen

 

De eerste zei: 'Ik ben de vrede.

Als je om je heen kijkt, kun je het me niet kwalijk nemen dat ik uitdoof.'

Haar vlammetje werd kleiner tot de kaars niet meer brandde.

 

De tweede kaars zei: 'Ik ben het vertrouwen. Meestal kan men me missen. Het heeft dus geen zin dat ik nog verder blijf branden.'

Toen ze stopte met praten, blies een zachte wind haar uit.

 

Toen zei de derde kaars: 'Ik ben de liefde.

De mensen zien niet meer naar me om.

Ze vergeten zelfs om van hun medemens te houden.'

Ze wachtte niet langer en doofde uit.


Een kind zag de drie gedoofde kaarsen.

'Waarom branden jullie niet meer?', vroeg het en het begon te huilen.

Toen zei de vierde kaars:

'Je hoeft niet te huilen. Ik brand nog. Ik kan alle kaarsen weer aansteken. Ik ben de hoop.'