Zondag 14 februari - zesde en laatste zondag na Epifanie

 

Het is vandaag de zesde en laatste zondag na Epifanie. Komende woensdag is het Aswoensdag en beginnen de Veertig Dagen op weg naar Pasen.
Nu nog een zondag van Epifanie, van Verschijning: de Heer verschijnt in onze wereld en verkondigt in woord en daad het goede nieuws: 'Het koninkrijk van God is dichtbij.'

We lezen vandaag het laatste gedeelte van Marcus 1. Een mens die aan huidvraat lijdt wordt genezen. Hij smeekt Jezus om hulp. 'Parakaleo' staat daar, hetzelfde woord waarmee Jezus later zelf de heilige Geest als trooster (de te hulp geroepene) aanroept: de Parakleet.

En Jezus krijgt medelijden. In de oude vertaling stond: hij werd met ontferming bewogen. Zijn binnenste wordt beroerd door deze mens. Net zo staat het in Marcus 6, als Jezus - vóór de wonderbare spijziging - de grote menigte ziet die hem volg, want ze lijken op schapen die geen herder hebben.

Hoe kostbaar is het om te ontdekken dat in Jezus God zelf van binnen beroerd raakt om mensen die om hulp smeken (parakaleo), mensen die op zoek zijn naar een herder, iemand die zich hun lot aantrekt.

 


Als de zieke man genezen is, gaat hij dat overal rondvertellen. Dat heeft tot gevolg dat Jezus niet langer openlijk rond kan gaan, maar zich opnieuw op eenzame plaatsen terug moet trekken. De spanning van de weg naar Jeruzalem wordt al voelbaar.

 

 

Marcus 1: 39-45             39 In heel Galilea bracht hij het nieuws in de synagogen en dreef hij demonen uit. 40 Er kwam iemand naar hem toe die aan huidvraat leed; hij smeekte hem om hulp en zei, terwijl hij op zijn knieën viel: ‘Als u wilt, kunt u mij rein maken.’ 41 Jezus kreeg medelijden, stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein.’ 42 En meteen verdween zijn huidvraat en hij was rein. 43 Jezus stuurde hem weg met de ernstige waarschuwing: 44 ‘Denk erom dat u tegen niemand iets zegt, maar ga u aan de priester laten zien en breng het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven, als getuigenis voor de mensen.’ 45 Maar toen de man vertrokken was, ging hij overal breeduit rondvertellen wat er gebeurd was, met als gevolg dat Jezus niet langer openlijk in een stad kon verschijnen, maar op eenzame plaatsen buiten de steden moest blijven. Toch bleven de mensen van alle kanten naar hem toe komen.