Zondag 21 februari - 1e zondag van de Veertig Dagen

 

Thema van de Veertig Dagen: ‘Een spoor van liefde’

 

Een spoor van liefde. Dat is rode draad aan de hand waarvan we dit jaar naar Pasen toeleven. We volgen daarbij het materiaal van Bijbel Basics, de kindernevendienst-methode van het Nederlands Bijbelgenootschap.

 

 

Iedere zondag staat daarbij een tekst uit het laatste deel van het Johannes-evangelie centraal. Jezus bereidt zichzelf en zijn leerlingen voor op zijn dood en opstanding, en vooral op de tijd daarna. De andere evangelisten schrijven over een laatste maaltijd waarbij Jezus brood en wijn met zijn leerlingen deelt. Maar Johannes legt de nadruk op iets anders: de volgelingen van Jezus zullen het niet altijd gemakkelijk hebben, maar toch hoeven ze niet bang te zijn. Jezus legt nog een keer uit hoe speciaal de verbondenheid tussen Hem en God de Vader is. Door de heilige Geest blijven ook de leerlingen altijd met God en Jezus verbonden. En door Jezus’ voorbeeld weten ze hoe ze met elkaar moeten omgaan. Een sleutelwoord in Jezus’ afscheidsrede is ‘liefde’: Jezus geeft zijn leven uit liefde voor de mensen. Hij vraagt aan zijn leerlingen om uit liefde voor Hem ook elkaar lief te hebben. Jezus heeft een diepe voetafdruk achtergelaten in de wereld en in hun leven. De leerlingen mogen in zijn voetstappen treden, en daarbij zal Hij hen nooit alleen laten.

 

- 21 februari: Johannes 12: 1-8 Maria giet olie over Jezus’ voeten

- 28 februari: Johannes 13: 1-5 Jezus wast de voeten van de leerlingen

- 7 maart: Johannes 14: 1-7 Jezus is de weg naar de Vader

- 14 maart: Johannes 14: 15-17 Jezus belooft zijn vrede

- 21 maart: Johannes 15: 9-17 Jezus houdt van de leerlingen

- 28 maart: Johannes 18: 1-14 Jezus wordt gevangen genomen

- 4 april: Johannes 20: 1-18 Maria ontmoet Jezus

 

 

Johannes 12: 1-8

 

Zes dagen voor Pesach ging Jezus naar Betanië, naar Lazarus die hij uit de dood had opgewekt. Daar hield men ter ere van hem een maaltijd; Marta bediende, en Lazarus was een van de mensen die met hem aanlagen. Maria nam een kruikje kostbare, zuivere nardusolie, zalfde de voeten van Jezus en droogde ze af met haar haar. De geur van de olie trok door het hele huis. Judas Iskariot, een van de leerlingen, degene die hem zou uitleveren, vroeg: ‘Waarom is die olie niet voor driehonderd denarie verkocht om het geld aan de armen te geven?’ Dat zei hij niet omdat hij zich om de armen bekommerde – hij was een dief: hij beheerde de kas en stal eruit. Maar Jezus zei: ‘Laat haar, ze doet dit voor de dag van mijn begrafenis; de armen zijn immers altijd bij jullie, maar ik niet.’

 

Stel je voor: Jij bent Maria. Jij neemt een kruikje met kostbare olie en zalft de voeten van Jezus. En je weet, net als Maria, dat je dit doet voor zijn begrafenis.

- Hoe kwam je er toe om dit gebaar te maken?

 

- Hoe is het om Jezus' voeten aan te raken?

 

- Wat gebeurt er tussen Jezus en jou?

 

- Wat zou je tegen Jezus willen zeggen?