Woord en beeld bij zondag 26 juli


De beginpsalm van deze zesde zondag van de zomer is Psalm 55.
In deze psalm staan de bekende woorden, zo ontdekte ik:
'Werp uw bekommernis op de Heer, Hij zal voor u zorgen.'
In de nieuwe vertaling is dat:


Leg uw last op de HEER en hij zal u steunen,

nooit zal hij dulden dat een rechtvaardige ten val komt.

 

Lis dyn lêst op ’e Heare, Hy sil dy oerein hâlde.

Yn ivichheid sil Er net tastean dat de rjochtfeardige wifket.

Altijd weer reikt de bijbel ons woorden aan die ons boven onszelf uittillen.

 

De evangelielezing van deze zondag is Matteüs 13: 44-52. Dat gedeelte begint met een kleine gelijkenis, waar wij het afgelopen seizoen op de startzondag ook mee begonnen: 'Welke schat ligt er in jouw hart verborgen?'

 

Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen. Matteüs 13:44

 

26 juli is ook de gedenkdag van het overlijden van pater Titus Brandsma in 1942 in kamp Dachau. Deze Friese boerenzoon was thuisgeraakt in de orde van de Karmel, die in de stilte de verbinding zoekt met het geheim van de oneindige liefde van God. Hij werd priester en hoogleraar in Nijmegen en werd in de oorlog gevangen genomen en gedood.

 

In 1932 zei pater Titus, tijdens de Diësrede van de universiteit:

 

'Onder de vele vragen, welke ik mijzelf stel, houdt wel geen mij meer bezig dan het raadsel, dat de zich ontwikkelende mens, prat en fier op zijn vooruitgang, zich in zo grote getale afkeert van God. (...)


Wij moeten allereerst God zien als de diepste grond van ons wezen,

verholen in het meest innerlijke van onze natuur, maar daar toch te zien en te aanschouwen ()

zodat wij ons zien in voortdurende aanschouwing Gods
en Hem niet slechts aanbidden in ons eigen wezen maar evenzeer in alles, wat bestaat, allereerst in de mede-mens, maar dan ook in de natuur, in het heelal, alom tegenwoordig

en alles doordringend met het werk van zijn handen.

Die inwoning en inwerking Gods moet niet enkel het voorwerp van intuitie wezen,
maar zich in ons leven openbaren, in onze woorden en daden tot uitdrukking komen,
uitstralen uit heel ons wezen en optreden.'