Zondag 4 april 2021 - Paaszondag

 

Thema van de Veertig Dagen en Pasen: ‘Een spoor van liefde’

 

Een spoor van liefde. Dat is rode draad aan de hand waarvan we dit jaar naar Pasen toeleven. We volgen daarbij het materiaal van Bijbel Basics, de kindernevendienst-methode van het Nederlands Bijbelgenootschap.

 

 

4 april: Johannes 20: 1-18 Maria ontmoet Jezus

 

1Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. 2Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ 3Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. 4Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. 5Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. 6Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, 7en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. 8Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. 9Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. 10De leerlingen gingen terug naar huis.

11Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, 12en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. 13‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ 14Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. 15‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ 16Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) 17‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ 18Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

 

 

Bij het thema 'Een spoor van liefde'

 

Iedere zondag van de Veertig Dagen staat een tekst uit het laatste deel van het Johannes-evangelie centraal. Jezus bereidt zichzelf en zijn leerlingen voor op zijn dood en opstanding, en vooral op de tijd daarna. De andere evangelisten schrijven over een laatste maaltijd waarbij Jezus brood en wijn met zijn leerlingen deelt. Maar Johannes legt de nadruk op iets anders: de volgelingen van Jezus zullen het niet altijd gemakkelijk hebben, maar toch hoeven ze niet bang te zijn. Jezus legt nog een keer uit hoe speciaal de verbondenheid tussen Hem en God de Vader is. Door de heilige Geest blijven ook de leerlingen altijd met God en Jezus verbonden. En door Jezus’ voorbeeld weten ze hoe ze met elkaar moeten omgaan. Een sleutelwoord in Jezus’ afscheidsrede is ‘liefde’: Jezus geeft zijn leven uit liefde voor de mensen. Hij vraagt aan zijn leerlingen om uit liefde voor Hem ook elkaar lief te hebben. Jezus heeft een diepe voetafdruk achtergelaten in de wereld en in hun leven. De leerlingen mogen in zijn voetstappen treden, en daarbij zal Hij hen nooit alleen laten.

 

- 21 februari: Johannes 12: 1-8 Maria giet olie over Jezus’ voeten

- 28 februari: Johannes 13: 1-5 Jezus wast de voeten van de leerlingen

- 7 maart: Johannes 14: 1-7 Jezus is de weg naar de Vader

- 14 maart: Johannes 14: 15-17 Jezus belooft zijn vrede

- 21 maart: Johannes 15: 9-17 Jezus houdt van de leerlingen

- 28 maart: Johannes 18: 1-14 Jezus wordt gevangen genomen

- 4 april: Johannes 20: 1-18 Maria ontmoet Jezus