Woord vooraf - De 3-Klank oktober 2021

Rouwen

Het was dinsdagochtend 24 augustus. Deze dag startte als iedere dag. Helaas

was dat voor deze dag slechts schijn. Ik wist niet wat mij een poos later te

wachten stond. Ik had onze kat: een Europese korthaar, Olly genaamd, zijn

brokjes gegeven, zoals iedere ochtend al 7 jaar lang het geval was. Vervolgens

ging ik uit met ons hondje, een black-jack russel, Romke. Ik was deze keer iets

langer uit dan normaal. Had onderweg met andere hondeneigenaren gesproken.

Ik liet Romke nog even spelen met Reina, een hondje van Erna Joan. Zij

woont in het huis: de Schepeling. Daarna ging ik naar huis. Deed de garage

deur open en aaaaaah wat een schrik en pijn! Daar lag Olly dood op de grond.

Zijn bekje in een grimas. Onze lieve huisdier, een grapjas, een knuffeldier,

alleen ’s avonds als hij het wou, was abrupt uit het poezenleven gestapt. Hij

was een vriend van Romke. Ze waren metelkaar opgegroeid. Het hondje likte

de poes, stapte om hem heen, likte nog eens. Hij snapte er niks van. Piepte

alsof ie wou zeggen: ”Toe nou doe niet zo raar. Sta op!” En ik, sorry hoor maar

ik schreeuwde de longen uit mijn lijf op dat moment. Dit kan niet toe nou Olly

je bent nog maar 7 jaar oud. Ik heb nog wat uitgehuild en geschreeuwd van verdriet.

Ja, het verlies van een huisdier is alsof je een gezinslid hebt verloren.

Het voelt van binnen net zo intens. 

 

Want nu ben ik een dier kwijt dat mij onvoorwaardelijke liefde gaf. Ik moest

de komende tijd ook steeds aan hem denken. Wat heb ik over het hoofd gezien,

hoe kon mij dit overkomen. Steeds denken: en toen deed hij dat en dit. Dat

was bij leven zo normaal. Nu weet je dat dat dus niet zo is. Wat een gemis. Wat

een verdriet. Ik heb nog wat bij vlagen gehuild.

Het hondje, dat merken wij, is ook in rouw. Zoekt Olly. Denkt vaak dat andere

katten hem zijn. Alleen die reageren niet zoals Olly op hem deed. Die zetten

een hoge rug op en krijgen een dikke staart. Waarop Romke piept want dat

deed Olly niet. Die knuffelde Romke en omgekeerd. Die sliep bij Romke. Zat

samen met hem op de bank. Dieren rouwen ook. Zij kunnen het niet zeggen

maar wij zien en voelen het aan het dier. Hij zoekt en snuffelt in de garage op

zoek naar zijn vriendje. Het doet bij mij inwendig veel pijn, want het gebeurde

zo plotseling. Zonder voorbereiding naar het afscheid toe.

 

Dan denk ik aan de mensen die dit met een mens hebben meegemaakt die hen

zomaar uit het niets is ontvallen. Vreselijk om zoiets mee te maken en te moeten

verwerken. Ieder verlies, hoe dan ook, heeft tijd nodig om het te moeten

verwerken. Duur van een rouwperiode is er niet. Dat is voor iedereen anders.

De verlorene een plekje in je hart te geven. Hen te herinneren.

Zo is het mooi dat er ieder jaar in de kerk een gedachteniszondag is. De overledenen

hun namen hangen in de glazen boom, achter in de kerk, op gekleurde

glazen hartjes. Zo horen zij er het hele jaar nog bij. Op de gedachteniszondag

krijgen de families het hartje uit de boom mee. Plus een kaart met de naam van

de geliefde overledene erop en de rouwtekst. Verder wordt er aan de paaskaars

een speciale kaars aangestoken door een lid van de desbetreffende familie,

waarna deze op een staander wordt geplaatst op de avondmaalstafel. Ik vind

dit een mooi gebaar bij de gedachteniszondag.

 

Elke zondag krijgen de kerkgangers de mogelijkheid om een waxinelichtje te

ontsteken die op de visstandaard: van Ichtus: Jezus Christus het symbool van

de Jezus volgers, staan. Om zo hun overledene dierbaren te herdenken. Ze in

het Licht van Jezus’ bescherming te stellen.

 

Tja, aan al het leven komt eens een eind. Wij zijn maar op deze wereld aan het

logeren. De één kort, de ander mag er wat langer van genieten. Voordat die

wordt opgenomen in het hiernamaals. Wat dat ook mag betekenen of je naar

de hemel gaat, naar God, of naar het Nirvana, of de Heerlijkheid van God. Dit

weten wij niet allemaal zeker. Maar we willen het graag geloven. Dit leven is

een leer periode voor het eeuwige leven dat wij alleen kunnen krijgen door de

genade van Jezus Christus.

 

Graag wil ik dit voorwoord afsluiten met een gedicht van Nel Benschop:

 

Speciaal voor jou:

Wees niet wanhopig, als de hemel lijkt gesloten

als je van ieder mens verlaten bent,

als je je hoofd zo dikwijls hebt gestoten

dat je geen blijdschap en geen vreugd meer kent

als je verward bent in de leugen, het bedrog

God is er toch? God is er toch?

 

Denk aan je doop. Toen heeft de Heer gesproken

Je bent Mijn kind. En of je wilt of niet,

al heb je elke dag je woord gebroken

toch breek ik mijn belofte aan jou niet

Ik zei het toen, Ik zeg het nu en nog

Ik ben er toch? Ik ben er toch?

 

Voel op je voorhoofd: daar brandt nog het water

dat teken was van Mijn verbond met jou

Dat gold voor toen, dat geldt voor nu, voor later

al ben jij ontrouw, eeuwig is Mijn trouw.

Denk niet wanhopig: God wat moet ik nog?

Ik ben er toch? Ik ben er toch?

 

Ik ben er altijd. Maar jij moet mij zoeken.

Ik zal je horen, voor je roept tot Mij.

Maar roep dan ook

al lijkt je bidden vloeken

Ik hoor je stem, Ik kom en maak je vij.

Al is er niets, dat in je voordeel pleit.

Mijn kind Ik ben er toch.

Voor jou.

Altijd.

 

Want alles wat leeft heeft een begin en eind. En tenslotte worden wij herinnering.

Mijn rouwverhaal om een huisdier. Toepasselijk in deze maand. Op vier oktober wordt

immers altijd dierendag gevierd! 

 

Met vriendelijke groet,

Klazien van der Veen