Woord vooraf - De 3-Klank febr. 2021

Zeven werken van barmhartigheid

Kerk in Actie besteedt dit jaar in de Veertig Dagen aandacht aan de ’Zeven

werken van barmhartigheid’. Die werken (d.w.z. de eerste 6 want de 7e - het

begraven van de doden - is in de 13e eeuw toegevoegd) zijn geworteld in de

woorden van het evangelie:

 

       ’Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven

       mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was

       naakt en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij. Ik zat

       gevangen en jullie kwamen naar mij toe.’ Mattheüs 25 : 35 en 36

 

Kerk in Actie schrijft: ”Door de eeuwen heen zijn zij een bron van inspiratie

geweest voor veel schilders, die daarmee tegelijk een belangrijke vraag en opdracht

op het doek brachten: hoe geven we invulling aan de opdracht van de

Heer om je broeder en zuster lief te hebben? Je zou kunnen zeggen, daar begint

het mee, met lief te hebben. Of zoals Johannes het zegt: ’Wie God liefheeft,

moet ook de ander liefhebben’. Om dat concreet te maken heeft de kerk door

de eeuwen heen gekeken naar de zeven werken van barmhartigheid, als een

richtlijn om dat liefhebben concreet te maken.”

Ik zou hier nog iets aan toe willen voegen. Het gaat hier over het liefhebben

van de naaste, maar het gaat ook over het liefhebben van God. Jezus zegt tegen

zijn leerlingen: ’Ik was de hongerige, de dorstige... die je hebt bijgestaan.’

Sta eens even stil bij die woorden. Mensen vragen soms: ’Wat merk je nou

van God in de wereld?’ Jezus zegt feitelijk: ’Ik ben de vreemdeling die jij hebt

opgenomen, ik ben de naakte die jij hebt gekleed, de gevangene die jij hebt

opgezocht...’ Zó komt Jezus ons dus tegemoet, zó ontmoeten we God dus in

ons bestaan...

 

De geloofsgemeenschap van het Schotse eiland Iona heeft een mooi lied dat

heel goed past bij deze werken van barmhartigheid.

 

1. Wil je opstaan en Mij volgen als ik noem je naam?

    Wil je dienen in ’t verborgen, zonder roem of faam?

    Wil je leven op de wind, broos en kwetsbaar als een kind?

    Zul je geven wat Ik vind in jou en jij in mij?

 

2. Wil je gaan op nieuwe wegen, steil en ongewis?

    Wil je zijn tot hoed’ en zegen voor wie vreemd’ling is?

    Val je niet een mens te hard die in leugens is verward?

    Hoor je ’t kloppen van mijn hart in jou en jij in Mij?

 

3. Wil je gids zijn voor de blinde die je smeekt: ‘Help mij!’

    Wil je vechten voor een kind, gevangen en onvrij?

    Zie je in ontferming aan, ieder die alleen moet gaan,

    opdat groeie mijn bestaan in jou en jij in Mij?

 

4. Wil je zien dat wat Ik zie: jouw gaven velerlei!

    Wil je luist’ren als Ik zeg: ‘Een koningskind ben jij!’

    Wil je geven wat je hebt, dat de wereld zich herschept

    en mijn leven wordt gewekt in jou en jij in Mij?

 

5. Heer van liefde en van licht, vervul mij met uw Geest.

    Laat mij zijn op U gericht, en maak mij onbevreesd.

    Dat ik in uw voetspoor ga, uw ontferming achterna,

    en met lijf en ziel besta in U en Gij in mij.

 

Graach winskje ik jimme segen ta foar de kommende tiid: dat jimme de barmhertichheid

fan God ûntfange en diele meie, dat jimme de neibyens fan de

Hear fiele en útstrielje meie en dat wy sa meiinoar yn dizze tiid in hûs fan God

foarmje sille, romte fan Gods leafde yn dizze wrâld.

 

Hertlike groetnis,

ds. Tytsje Hibma